Jo Pirard

Jo-Pirard-94038756_05_1

naar Jo Pirard

De hond vertelt:
“Er is een wereld die anders is
dan stof alleen. Meer stof
dan stoffig. Beter afgestoft
dan een stofzuiger het klaar krijgt.”
En ik denk nog maar aan de vraag
of zijn antwoord volgt:
“Die wereld is helemaal rond,
van alle kanten bekeken, zo rond
als maar menselijk beschouwd
kan worden, rond van binnen naar buiten.”
De hond is zich niet eens bewust
van een mens aanwezig bij dit gesprek,

“Rond uit zichzelf, uit zijn woedend vuur
kleurt gindse wereld rood in het grijze stof:
van hier een rode bol, bonzend van belofte
nog, geen grijze planeet van oud steen.”
Pas nu valt me op dat de hond, dat wezen,
zelf oud moet zijn en geen baat meer heeft van zijn grote oren.
“Het is precies alsof die wereld zo moest zijn,
De onze gelijkend. De onze bijgevolg zo moest zijn.
Wat het zijn geen keuzes laat en het zien
eenvoudig maakt. Te eenvoudig misschien.”
Een hond in een beschouwende bui
kan zijn mond niet houden en vervolgt:
“Zou het te eenvoudig zijn te stellen dat

een wereld een wereld is uit noodzaak?
Dat een wereld een wereld is doordat hij geen stof meer is
tenzij grondstof?” En hier en nu
doorgronden zijn inzichten in het zijn het mysterie niet,
maar zijn woorden horen zo honds moeilijk en ik spreek het niet.
“Een wereld van grondstoffen, zo kijken w’ernaar.
Een wereld als teken van ons zien benadert ons.
Zo zichtbaar wordt ons zijn in dit zien,
zelfs al wentelen wij in stof.”
Hier keer ik mij van de hond af
en zie de wereld nog één keer anders
in een schilderij dat ook maar een schilderij is
uit noodzaak.

 

van L